085 - 004 1464 info@hent24.com

Prinsjesdag 2022 – Pakket Belastingplan 2023

Geplaatst door Roger

23/09/2022

 pakket Belastingplan 2023 bestaat uit de volgende zeven wetsvoorstellen:

  • wetsvoorstel Belastingplan 2023

  • wetsvoorstel Wet rechtsherstel box 3

  • wetsvoorstel Overbruggingswet box 3

  • wetsvoorstel Wet minimum CO2-prijs industrie

  • wetsvoorstel Wijziging van de Wet Milieubeheer in verband met de overgangsperiode bij de invoering van een mechanisme voor koolstofcorrectie aan de grens

  • wetsvoorstel delegatiebepaling geen invorderingsrente in specifieke gevallen

  • wetsvoorstel van tot wijziging van de Algemene Ouderdomswet en enkele andere wetten in verband met het afschaffen van de inkomensondersteuning voor AOW’ers alsmede tot wijziging van de Wet op het kindgebonden tot intensivering van het kindgebonden budget in verband met koopkrachtondersteuning.

1. Belastingplan 2023

Tarief box 1 Het kabinet wil in 2023 de belasting op een inkomen uit werk (box 1) tot € 73.071 verlagen van 37,07% naar 36,93%. Door deze verlaging houden werkenden maximaal € 102 per jaar over.

Tarief box 3 Met de voorgestelde maatregelen omtrent box 3 wordt het huidige tarief in box 3 met 1%-punt per jaar verhoogd naar 34% in 2025 en met ingang van 1 januari 2023 wordt het heffingsvrije vermogen verhoogd van € 50.650 naar € 57.000. Voor partners wordt het heffingsvrije vermogen daarmee verhoogd van €101.300 naar € 114.000. Vanaf 2026 gaat het nieuwe stelsel voor box 3 in.

Arbeidskorting omhoog Het kabinet wil de arbeidskorting vanaf 1 januari 2023 jaarlijks verhogen. Deze verhoging is voordelig voor werknemers en ondernemers met een arbeidsinkomen tot € 115.000. De arbeidskorting verlaagt de inkomstenbelasting voor mensen die werken.

Onbelaste reiskostenvergoeding verhoogd Gelet op de stijging van de kosten en het feit dat het maximum van de onbelaste reiskostenvergoeding sinds 2006 niet is gewijzigd, is voorgesteld om het maximum van de onbelaste reiskostenvergoeding per 1 januari 2023 te verhogen tot € 0,21 per kilometer en per 1 januari 2024 naar € 0,22 per kilometer.

Uitfaseren oudedagsreserve Voorgesteld wordt om de fiscale oudedagsreserve (FOR), die door ondernemers die belastingplichtig zijn voor de inkomstenbelasting kan worden benut, uit te faseren. Met ingang van 1 januari 2023 kan een oudedagsreserve niet verder meer worden opgebouwd, waarbij de tot en met 31 december 2022 opgebouwde oudedagsreserve op basis van de huidige regels kan worden afgewikkeld.

Verlagen zelfstandigenaftrek Het kabinet wil de afbouw van de zelfstandigenaftrek versnellen. Met de afbouw van de zelfstandigenaftrek wordt beoogd het verschil in fiscale behandeling tussen werknemers en zelfstandigen te verkleinen. De afbouw is zo vormgegeven dat de zelfstandigenaftrek met ingang van 2023 in verschillende stappen wordt verlaagd van € 6.310 in 2022 naar € 900 in 2027. De verhoging van de zelfstandigenaftrek voor starters, de zogenoemde startersaftrek, blijft overigens ongewijzigd (€ 2.123)

Afschaffen middelingsregeling Voorgesteld wordt om de middelingsregeling per 1 januari 2023 af te schaffen, maar nog wel overgangsrecht op te nemen voor jaren na 2022, mits ook 2022 in het middelingstijdvak wordt betrokken. Dit betekent dat middelen over een middelingstijdvak met alleen kalenderjaren vanaf 2023 niet meer mogelijk is. Het laatste tijdvak waarover nog kan worden gemiddeld omvat derhalve de kalenderjaren 2022, 2023 en 2024. Daarna is er voor belastingplichtigen geen mogelijkheid meer om een tegemoetkoming te krijgen voor progressienadelen als gevolg van de verschillende tarieven in box 1.

Actualiseren leegwaarderatio Het kabinet is van plan om de leegwaarderatio te blijven hanteren met geactualiseerde percentages, op basis van een onderzoek van SEO. Daarnaast is het kabinet voornemens om deze percentages in de toekomst actueel te houden.

Aanpassen culturele multiplier voor partners Voorgesteld wordt om per 1 januari 2023 de wettekst in lijn te brengen met de huidige uitvoeringspraktijk. Dat wil zeggen dat voor de toepassing van de multiplier de culturele giften van fiscale partners worden samengevoegd en dit bedrag vervolgens wordt verhoogd met 25%, maar ten hoogste met € 1.250.

Uitfaseren IACK Voorgesteld wordt om de IACK vanaf 2025 af te schaffen, behalve voor ouders met (een of meer) kinderen die vóór 1 januari 2025 zijn geboren. De regering heeft ervoor gekozen de IACK niet in één keer geheel af te schaffen, maar de IACK gefaseerd over de periode 1 januari 2025 tot en met 31 december 2036 af te schaffen door ouders van kinderen die zijn geboren vóór 1 januari 2025 nog wel in aanmerking te laten komen voor het recht op de IACK (overgangsrecht).

Afbouw algemene heffingskorting met verzamelinkomen Met de voorgestelde maatregel wordt de afbouw niet langer uitsluitend afhankelijk van de hoogte van het inkomen uit werk en woning, maar van het verzamelinkomen, dat bestaat uit het inkomen uit werk en woning (box 1), het inkomen uit aanmerkelijk belang (box 2) en het inkomen uit sparen en beleggen (box 3) verminderd met het daarin begrepen te conserveren inkomen.

Repareren overgangsrecht scholingsaftrek Voorgesteld wordt om het overgangsrecht met terugwerkende kracht te repareren vanaf het moment dat de fiscale aftrek van scholingsuitgaven is afgeschaft, zijnde per 1 januari 2022. Door deze reparatie blijven alle relevante bepalingen die voorheen van toepassing waren op de aftrek van de hierboven omschreven (forfaitaire) aftrek van toepassing. Daarmee wordt de wettekst in lijn gebracht met het doel om bij de afschaffing het reeds bestaande overgangsrecht in zijn toenmalige vorm te continueren.

Oudedagsverplichting aanwenden ter verkrijging van een lijfrente Met dit wetsvoorstel wordt voorgesteld de maatregelen uit het beleidsbesluit van 22 juni 2022 te codificeren. De regering stelt voor aan deze maatregelen terugwerkende kracht te verlenen tot en met 1 april 2017 zodat ook eventuele gevallen waarin reeds na het kalenderjaar waarin de leeftijd is bereikt die vijf jaar hoger is dan de AOW-gerechtigde leeftijd een ODV is aangewend ter verkrijging van een lijfrente, een lijfrenterekening of een lijfrentebeleggingsrecht, fiscaal zijn toegestaan.

Introduceren twee schijven box 2 Als dekking voor het rechtsherstel dat op grond van het arrest van 24 december 2021 over box 3 moet worden geboden, wordt voorgesteld de lasten in box 2 te verhogen. Voorgesteld wordt om per 2024 twee schijven te introduceren in het box 2-tarief. In de huidige situatie is sprake van één vlaktarief dat geldt voor het gehele bedrag aan belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang in box 2. Dit tarief bedraagt 26,9% in 2022. Voorgesteld wordt om per 2024 twee schijven te introduceren in box 2 met een basistarief van 24,5% voor de eerste € 67.000 (bedrag 2024) aan inkomsten per belastingplichtige en een tarief van 31% voor het meerdere.

Vervallen gebruikelijkloonregeling innovatieve start-ups Voorgesteld wordt de regeling per 1 januari 2023 te laten vervallen. Bij de invoering van de regeling is aangegeven dat overgangsrecht zou worden opgenomen voor bestaande gevallen in het geval dat de regeling zou worden afgeschaft. Ab-houder(s) die in 2022 al gebruikma(a)k(t)en van de regeling, kunnen daarom op grond van het onderhavige wetsvoorstel de regeling blijven toepassen. De voorwaarden voor de tegemoetkoming zoals die op 31 december 2022 gelden, blijven in dat geval gelden voor de resterende duur waarin de ab-houder nog gebruik kan maken van de tegemoetkoming. Concreet zijn dit de kalenderjaren 2023 en 2024, afhankelijk van in welk kalenderjaar de regeling voor het eerst door de belastingplichtige is toegepast. Voorgesteld wordt om het overgangsrecht met ingang van 1 januari 205 te laten vervallen.

Beperken 30%-regeling De 30%-regeling voor ingekomen werknemers wordt per 1 januari 2024 beperkt tot de zogenoemde Balkenende-norm. In 2022 bedraagt deze WNT-norm € 216.000 op jaarbasis. Aftopping binnen de 30%-regeling komt aan de orde als de grondslag voor de 30%-regeling hoger is dan € 216.000. Beoogd is dat de aftoppingsmaatregel per 1 januari 2024 in werking treedt. Er wordt een overgangsregeling voorgesteld op basis waarvan voor ingekomen werknemers bij wie de 30%-regeling over het laatste loontijdvak van 2022 is toegepast, geldt dat de aftopping van de 30%-regeling pas toepassing vindt vanaf 1 januari 2026. Voor deze groep ingekomen werknemers geldt dat bij aanvang van toepassing van de 30%-regeling nog niet definitief vaststond dat het binnen de regeling maximaal in aanmerking te nemen bedrag vanaf 1 januari 2024 zou worden afgetopt.

Verlagen schijfgrens Vpb naar € 200.000 en verhogen laag tarief naar 19% Voorgesteld wordt de schijfgrens in de vennootschapsbelasting (Vpb) te verlagen van € 395.000 naar € 200.000 vanaf 1 januari 2023. Hierdoor betalen bedrijven met ingang van 1 januari 2023 het hoge Vpb-tarief van 25,8% vanaf een belastbaar bedrag van meer dan € 200.000. Daarnaast wordt voorgesteld het tarief voor een belastbaar bedrag tot en met € 200.000 te verhogen van 15% naar 19%.

Afschaffen en verlagen van de schenkingsvrijstelling eigen woning De regering stelt voor om de verhoogde vrijstelling eigen woning (EW) per 1 januari 2024 te laten vervallen. In samenhang met de verlaging per 1 januari 2023 en afschaffing per 1 januari 2024 wordt voorgesteld de huidige spreidingsmogelijkheid te laten vervallen voor schenkingen EW die voor het eerst in 2023 worden gedaan en de spreidingsmogelijkheid voor schenkingen EW die in 2022 zijn gedaan, te beperken tot twee jaar. Dit laatste betekent concreet dat een bij een schenking in 2022 onbenut gebleven deel van de maximumvrijstelling nog kan worden benut voor een schenking in 2023, maar niet meer voor een schenking in 2024. Voor alle duidelijkheid wordt opgemerkt dat het wel mogelijk blijft de voor het eerst in 2022 ontvangen schenkingen EW uiterlijk 31 december 2024 te besteden.

Verhogen algemene tarief overdrachtsbelasting van 8% naar 10,4% In het coalitieakkoord is afgesproken om het algemene tarief voor de overdrachtsbelasting met ingang van 1 januari 2023 te verhogen van 8% naar 9%. Daarnaast wordt in het kader van de Voorjaars- en Augustusbesluitvorming voorgesteld om het algemene tarief verder te verhogen tot 10,4%.

Algemeen btw-tarief op lachgaspatronen Als gevolg van de voorgestelde maatregel geldt het algemene btw-tarief ongeacht de aanwending van het lachgas door de afnemer (behoudens de toepassing van een specifieke uitzondering voor de levering van lachgas dat kwalificeert als geneesmiddel).

Btw-nultarief op de levering en installatie van zonnepanelen De vermindering van administratieve en uitvoeringslasten voor zonnepaneelhouders en de Belastingdienst is de voornaamste doelstelling van de introductie van een btw-nultarief op de levering en installatie van zonnepanelen en zonnepanelen als dakbedekking op of in de onmiddellijke nabijheid van woningen. Daarnaast is te verwachten dat deze administratieve lastenverlichting stimulerend werkt op de aanschaf van zonnepanelen.

Beëindigen vrijstelling BPM bestelauto’s ondernemers, aanpassing grondslag BPM bestelauto’s en verhoging van het tarief in de MRB voor bestelauto’s ondernemers Het kabinet stelt voor om in de Wet BPM 1992 de vrijstelling voor een bestelauto van de ondernemer (ondernemersvrijstelling) met ingang van 1 januari 2025 af te schaffen. Verder wordt de grondslag voor bestelauto’s omgezet naar CO2-uitstoot. Voor de inschrijving van bestelauto’s is daarmee voortaan BPM verschuldigd afhankelijk van de CO2-uitstoot. Hiermee wordt de grondslag in de BPM voor bestelauto’s gelijkgetrokken met die voor personenauto’s. Daarnaast wordt het tarief van de motorrijtuigenbelasting (MRB) voor bestelauto’s van ondernemers verhoogd. Een ondernemer betaalt voor een bestelauto een verlaagd tarief. De verhoging dient als dekking voor de lagere opbrengst van de aanpassingen in de BPM bestelauto ten opzichte van wat bij de start van het kabinet Rutte IV was geraamd.

Ondernemers kunnen tot en met 31 december 2024 gebruikmaken van de vrijstelling voor een bestelauto en daar ook ongewijzigd gebruik van blijven maken als wordt voldaan aan de voorwaarden en beperkingen die aan de vrijstelling zijn verbonden. Als wordt voldaan aan de voorwaarden en beperkingen voor vrijstelling hoeft gedurende de nog niet verstreken duur van de vijfjaarsperiode het vrijgestelde bedrag aan BPM niet te worden (terug)betaald bij verkoop van de bestelauto aan een particulier. Voorts regelen de overgangsbepalingen dat een ondernemer die een gebruikte bestelauto importeert, afhankelijk van de datum eerste toelating, de ondernemersvrijstelling kan toepassen. Daarmee wordt voorkomen dat een geïmporteerde bestelauto zwaarder wordt belast, dan een vergelijkbare binnenlandse bestelauto.

Aanscherpen CO2-heffing industrie De voorgestelde wetswijziging bestaat uit drie onderdelen.

  • Herijking reductiefactor op basis van de nieuwe benchmarks die binnen het Europese Emissiehandelssysteem (EU ETS) worden gebruikt;

  • Aanscherping reductiefactor CO2-heffing industrie op basis van het coalitieakkoord;

  • Herijking tarief op basis van de tariefstudie van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL).

Samenhangende wijzigingen Wet belastingen op milieugrondslag en Wet opslag duurzame energie- en klimaattransitie Het kabinet neemt voor 2023 een aantal incidentele maatregelen vanwege de hoge energieprijzen. Daartoe stelt het kabinet wijzigingen voor in de energiebelasting. Het gaat om een incidentele verlaging van de energiebelasting voor aardgas en elektriciteit en een tijdelijke hogere belastingvermindering in de energiebelasting. De stijging van de energierekening van huishoudens en het midden- en kleinbedrijf (MKB) wordt op deze manier gedempt. Vanwege de hoge energieprijzen temporiseert het kabinet maatregelen uit het coalitieakkoord die betrekking hebben op de energiebelasting. De verhoging van het tarief op aardgas en de verlaging van het tarief voor elektriciteit als klimaatprikkel in de energiebelasting worden doorgevoerd vanaf 2024 in plaats van 2023. In het coalitieakkoord is ook afgesproken dat een bijmengverplichting voor groen gas wordt geïntroduceerd. Hiervoor is een wetsvoorstel in voorbereiding. Omdat de kosten van de consumptie van aardgas zullen stijgen bij de introductie van de verplichting, verhoogt het kabinet de belastingvermindering per 1 januari 2023. Verder stelt de regering voor het energiebelastingstelsel te vereenvoudigen. De tarieven voor de opslag duurzame energie- en klimaattransitie (ODE) worden opgenomen in de energiebelasting.

Verhogen vliegbelasting De regering stelt voor om de vliegbelasting te verhogen met als doel om vanaf 2023 extra opbrengsten van € 400 miljoen te genereren. Gelijktijdig wordt het vliegen op korte afstanden ontmoedigd omdat de vliegbelasting relatief zwaarder drukt op tickets voor deze bestemmingen. Hiervoor wordt het tarief van de vliegbelasting met ingang van 1 januari 2023 verhoogd met € 17,95. Omdat het huidige tarief van € 7,947 jaarlijks wordt geïndexeerd, komt het nieuwe tarief inclusief indexatie en verhoging uit op € 26,43 per vertrekkende passagier. De structuur van de vliegbelasting blijft ongewijzigd.

Verhogen tabaksaccijns De tabaksaccijns wordt zodanig verhoogd dat de gemiddelde verkoopprijs voor een pakje sigaretten van twintig stuks in 2024 op ongeveer € 10 uitkomt. Dit gebeurt in twee gelijke, opvolgende stappen. Het tarief van accijns op rooktabak (vooral shag) per kilogram wordt met ingang van dezelfde datum in absolute zin gelijk verhoogd als het tarief van de accijns van 1.000 sigaretten. De accijns op sigaren wordt eveneens verhoogd.

Verlengen verlaagde accijnstarieven op ongelode benzine, diesel en LPG Het kabinet stelt voor om de verlaagde accijnstarieven zoals die van toepassing zijn sinds 1 april 2022 te verlengen tot en met 30 juni 2023. De verlaging bedraagt per liter voor ongelode benzine 17,3 cent, diesel 11,1 cent en voor LPG 4,1 cent. Daartoe worden de wettelijke voorgeschreven jaarlijkse indexatie en de in de Wet fiscale maatregelen Klimaatakkoord opgenomen verhoging van het accijnstarief voor diesel uitgesteld tot 1 juli 2023.

Verhogen verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken Voorgesteld wordt om de verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken te verhogen resulterend in een extra budgettaire opbrengst van € 300 miljoen. Hiervoor wordt in de Wet verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken (Wvad) met ingang van 1 januari 2023 het tarief per hectoliter alcoholvrije drank verhoogd met € 11,37 naar € 20,20. Ook stelt het kabinet voor mineraalwater met ingang van 1 januari 2024 van de verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken uit te zonderen. Dit volgt een jaar later omdat de Douane deze systeemaanpassing vanaf deze datum kan uitvoeren.
Het laagste tarief in de bieraccijns (voor de lichte bieren) komt overeen met het tarief van de verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken. Om ervoor te zorgen dat voor lichte bieren minimaal eenzelfde tarief blijft gelden als voor frisdrank, zal het laagste accijnstarief op bier met ingang van 2023 en 2024 met dezelfde bedragen worden verhoogd als het tarief op alcoholvrije dranken. Dit betreft een klein aandeel van de totale bierconsumptie.

Uitzonderen toeslagpartnerbegrip en medebewonerschap huurtoeslag bij particuliere opvang ontheemde Oekraïners Er wordt een wetsvoorstel voorbereid door de Minister van Sociale zaken en Werkgelegenheid (SZW) om ontheemde Oekraïners aanspraak te geven op kinderopvangtoeslag. Daarnaast wordt in dat wetsvoorstel de bepaling uit de Wet kinderopvang afgeschaft dat een ouder geen aanspraak heeft op kinderopvangtoeslag als de toeslagpartner zich buiten de Europese Unie (EU), Europese Economische Ruimte (EER) of Zwitserland bevindt (mits aan de overige geldende voorwaarden wordt voldaan). Ook wordt door de Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO) een wetsvoorstel ingediend om ontheemde Oekraïners aanspraak te geven op huurtoeslag.

Uitzonderen toeslagpartnerbegrip voor personen die wegens huiselijk geweld naar de opvang zijn gevlucht Het kabinet stelt voor om een getrouwd persoon die in de opvang verblijft op verzoek niet meer als toeslagpartner aan te merken voor de duur van het verblijf aldaar. Om toepassing van deze uitzondering kan verzocht worden door degene die in de opvang verblijft, eventueel met behulp van de in de opvang aanwezige hulpverlening.

Inkomensbeleid Caribisch Nederland Wat betreft de koopkrachtmaatregelen voor 2023 wordt er voor Caribisch Nederland een tweetal fiscale maatregelen doorgevoerd. In de eerste plaats is dat het continueren van de per 1 april 2022 doorgevoerde accijnsverlaging op benzine. In de tweede plaats betreft dat het beleidsmatig verhogen van de belastingvrije som met 500 USD.

 

2. Wet rechtsherstel box 3

 Met dit wetsvoorstel wordt het beleidsbesluit rechtsherstel box 3 in wetgeving vastgelegd. Het wetsvoorstel regelt het rechtsherstel voor deelnemers aan de massaalbezwaarprocedures over de jaren 2017 tot en met 2020 en voor aanslagen van alle andere belastingplichtigen die nog niet onherroepelijk vaststonden op 24 december 2021 of op die datum nog niet waren vastgesteld. Ook aanslagen over de kalenderjaren 2021 en 2022 worden lager vastgesteld indien de nieuwe berekening van het voordeel uit sparen en beleggen lager uitkomt dan de oorspronkelijke berekening in box 3.In het wetsvoorstel wordt vastgelegd dat de nieuwe berekening op basis van de forfaitaire spaarvariant wordt vergeleken met de berekening uit het oude stelsel. De berekening die het gunstigst is voor de belastingplichtige wordt toegepast. Belastingplichtigen die met de oude berekening meer belasting hadden betaald dan met de nieuwe berekening, krijgen dat deel terug. Belastingplichtigen voor wie de oude berekening gunstiger is, hoeven tot en met 2022 niet bij te betalen.

3. Overbruggingswet box 3

 In dit wetsvoorstel wordt de berekening van het voordeel uit sparen en beleggen aangepast. Deze nieuwe berekening wordt gebaseerd op de voor het rechtsherstel gekozen oplossing, de forfaitaire spaarvariant. De belastingheffing wordt gebaseerd op de werkelijke samenstelling van het vermogen. Het vermogen wordt hiertoe onderverdeeld in drie categorieën: banktegoeden, overige bezittingen en schulden. Voor iedere vermogenscategorie geldt een afzonderlijk forfaitair rendementspercentage.

Voor het begrip banktegoeden wordt aangesloten bij het begrip deposito. Hiermee wordt een duidelijke afbakening van banktegoeden gegeven. Dit betekent dat alle box 3-bezittingen die niet vallen binnen de definitie van deposito en die geen schulden zijn als ‘overige bezittingen’ worden aangemerkt. Op een uitzondering na: contant geld wordt als de ‘fysieke evenknie’ van banktegoeden ook in de categorie banktegoeden opgenomen. Na de verdeling van het vermogen over de drie vermogenscategorieën is de berekening van het inkomen vergelijkbaar met de huidige berekening in box 3. Voor elke vermogenscategorie wordt een eigen forfaitair rendementspercentage voorgesteld.
De regering hecht aan het stimuleren van groen sparen en beleggen via de regeling groenprojecten. Met betrekking tot groene beleggingen ontstaan daarom twee nieuwe rubrieken in de aangifte, namelijk groene spaartegoeden en groene beleggingen. Voorgesteld wordt om de vrijstelling eerst in mindering te brengen op de groene beleggingen. Het eventueel resterende deel van de vrijstelling wordt in mindering gebracht op de groene spaartegoeden.
Om peildatumarbitrage te voorkomen wordt daarom een bepaling voorgesteld. Deze bepaling zorgt ervoor dat het tijdelijk omzetten van vermogensbestanddelen niet leidt tot een lagere belastingheffing. Voor zover bij het handelen van de belastingplichtige sprake is van zakelijke overwegingen, is geen sprake van peildatumarbitrage. Op verzoek dient de belastingplichtige dit aannemelijk te kunnen maken. Onder zakelijke overwegingen worden in dit verband verstaan niet-fiscale overwegingen.

4. Wet minimum CO2-prijs industrie

 Bij het pakket Belastingplan 2023 is ook een wetsvoorstel Wet minimum CO2-prijs industrie ingediend. In dit wetsvoorstel wordt ter uitvoering van het coalitieakkoord een minimum CO2-prijs ingevoerd voor de industrie met ingang van 1 januari 2023.

Deze minimum CO2-prijs maakt onderdeel uit van de bestaande CO2-heffing industrie en vormt een aanvulling op de voorgestelde herijking en aanscherping van deze heffing. De minimum CO2-prijs zorgt er voor dat er een nationale belasting wordt geheven zodra de EU ETS-termijnkoers onder een bepaald minimum zakt. Dit biedt de industrie meer zekerheid bij investeringen die benodigd zijn voor de verdere verduurzaming.
Dit wetsvoorstel laat de systematiek van de huidige CO2-heffing industrie ongewijzigd. Het zorgt er voor dat er een minimumprijs gaat gelden over dat deel van de uitstoot dat onder de reguliere CO2-heffing industrie is vrijgesteld. Hiermee wordt bereikt dat over de volledige broeikasgasemissies een minimumprijs geldt voor de industrie. H

Hoogte minimum CO2-prijs industrie De regering kiest er nu voor om de hoogte van de minimum CO2-prijs industrie gelijk te stellen aan de hoogte van de minimum CO2-prijs elektriciteitsopwekking.

Belastingplichtigen De minimum CO2-prijs industrie wordt geheven bij de belastingplichtigen die onder de huidige CO2-heffing industrie vallen. De belastingplichtigen zijn de exploitanten van een industriële installatie.

Dispensatierechten Belastingplichtige bedrijven voor de CO2-heffing krijgen dispensatierechten toegewezen. Bedrijven kunnen deze rechten gedurende drie maanden onderling aan- en verkopen.

De CO2-heffing industrie wordt overeenkomstig de in de Klimaatwet opgenomen planning geëvalueerd. Dit betekent dat jaarlijks middels de Klimaat en Energieverkenning wordt nagegaan in hoeverre de industrie naar verwachting de emissiereductiedoelstelling voor 2030 realiseert.

 

5. Wijziging van de Wet milieubeheer in verband met de overgangsperiode bij de invoering van een mechanisme voor koolstofcorrectie aan de grens

 In verband met een overgangsperiode (die met ingang van 1 januari 2023 in werking treedt) van een nog niet vastgestelde Europese verordening moet die verordening op twee punten bij inwerkingtreding al operationeel zijn. Daartoe wordt de Wet milieubeheer gewijzigd. De bevoegde autoriteit moet worden aangewezen en de bevoegde autoriteit moet een sanctionerende bevoegdheid krijgen om het aanleveren van het zogenoemde CBAM-rapport te kunnen afdwingen. CBAM staat voor het Carbon Border Adjustment Mechanism. Met dit wetsvoorstel wordt de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa) aangewezen als bevoegde autoriteit. Ook voorziet het in de bevoegdheid voor de NEa om met een last onder dwangsom aangevers van goederen alsnog te bewegen de noodzakelijke CBAM-rapportage aan te leveren of een bestuurlijke boete op te leggen indien wordt nagelaten die rapportage aan te leveren.

 

 

6. Wet delegatiebepaling geen invorderingsrente in specifieke gevallen

 Deze voorgestelde maatregel biedt een juridische grondslag om bij algemene maatregel van bestuur situaties aan te wijzen waarin er geen invorderingsrente in rekening wordt gebracht, omdat het in rekening brengen van invorderingsrente door uitzonderlijke omstandigheden niet redelijk wordt geacht.

 

 

7. Wetsvoorstel tijdelijke intensivering kindgebonden budget en afschaffen inkomensondersteuning AOW’ers

 Dit wetsvoorstel bevat twee maatregelen om de koopkracht te verbeteren: de deels structurele verhoging van het kindgebonden budget en de afschaffing van de Inkomensondersteuning AOW’ers (IOAOW) per 1 januari 2025. Deze laatste maatregel is niet los te zien van de buitengewone verhoging van wettelijk minimumloon (minimumloon) met 8,05% per 1 januari 2023.

 

Misschien ook interessant…

Verschil in behandeling van een- en tweeverdieners

Verschil in behandeling van een- en tweeverdieners

Het gelijkheidsbeginsel wordt geschonden als gelijke gevallen ongelijk behandeld worden en voor die ongelijke behandeling geen redelijke en objectieve rechtvaardiging bestaat of als er geen redelijke verhouding bestaat tussen de maatregel die het onderscheid maakt en het daarmee beoogde doel.

Pin It on Pinterest